Een van de eerste dagen wou ik een half uurtje gaan wandelen met mijn voeten in de zee. Als je aan zee bent, moet je het water toch ook eens voelen, he. “Waar ga je naartoe? Mag ik meegaan?” Wat begon als een ontspannend momentje voor mezelf werd al snel een intens verhaal (in moeilijk Frans, want B. ging nooit naar school en leerde eigenlijk onderweg Frans, én heeft een zeer slechte uitspraak, welke taal hij ook spreekt). Het werd een pijnlijk verhaal, over onderweg, maar ook waarom hij wegtrok. Het creëerde wel een band. Ondertussen geef ik hem bijna elke dag Italiaanse les en komt hij elke dag meeknutselen. Hij kan dat absoluut niet goed (als je nooit naar school ging, leerde je ook niet knippen, kleuren,…), maar hij is graag bij ons en leert graag bij.
Hier werkt ook een koppel met wie we een heel goede band hebben. ‘We’ want zowel persoonlijk heb ik een goede band, als als groep. Ze laten in alles voelen dat ze er deugd aan hebben dat wij hier zijn. Ze zijn blij voor de jongens, maar ook voor henzelf en dat is wel fijn. Gisteren gingen ze dan ook maar al te graag in op onze vraag om dingen te gaan kopen (want als je luchtmatras na 4 gevonden gaten nog steeds leegloopt, dan koop je beter een nieuwe, zeker als je er nog 8 nachten op moet slapen). Voor de verjaardag van Graziela, de vrouw van het koppel, kochten we ook een cadeautje voor haar verjaardag. Ze was er zichtbaar van geëmotioneerd. “Jullie zijn de eerste groep die dat doet. Jullie zijn ook anders.”) Zij zijn ook anders dan het andere personeel. We genieten wederzijds van elkaars aanwezigheid en dat doet enorm veel deugd.
En een laatste ontmoeting die ik wil delen, is die van gisterenavond (ik zou over veel meer kunnen schrijven maar dan zou ik dagen moeten schrijven en jullie dagen moeten lezen. Dat gaan we elkaar niet aandoen). Ik ging tegen de avond bellen naar mijn ouders en toen ik bij de jongens wegging zei A. buonanotte. Toen ik terug ging, zat hij nog steeds op dezelfde plek in de hal (hier werkt de wifi duidelijk het best😊). “Huh, jij ging toch slapen? Ben je nog altijd hier?” (Maar dan in het Frans…) Ik leg hem uit dat je in het Italiaans ook gewoon buonanotte kan zeggen als het laat genoeg is. Geknield praten is niet zo makkelijk, dus ga ik naast hem in de zetel zitten. Van het een komt het ander en met tranen in zijn ogen vertelt hij hoeveel hij afgezien heeft in eigenlijk alle Noord-Afrikaanse landen, niet alleen in Libië, waarvan wij dat ten dele wel weten (en dan vraag ik me opnieuw af hoe politici er kunnen op komen om hen net daar in kampen te steken, want ze worden in die landen al zo veel opgesloten en mishandeld). En over het zien van de zee. Ik stond er eigenlijk nooit bij stil dat de meeste vluchtelingen nog nooit een zee gezien hebben voor ze aan die grote oversteek beginnen. Een zee met golven en geen vaste grond onder de voeten. Uren met véél te veel in een opblaasbaar bootje (hij maakt de vergelijking met de matras waarin we de avond ervoor de gaten gezocht hebben). Uren met alleen een blauwe zee en een blauwe hemel om je heen. Dagen zelfs, want na een 6-tal uur werden ze overgezet op een groot schip, maar uiteindelijk bleef hij 3 dagen op zee. Nu is hij hier een 3-tal weken. Hij weet dat hij hard zal moeten werken en dat het niet makkelijk zal zijn, maar hij weet dat hij veilig is. En wat mij nog het meest raakt in zijn verhaal is hoe gelovig hij dat allemaal beleeft. Je zou kunnen verwachten dat hij boos is op God, maar nee, hij heeft een immens vertrouwen in God (alle jongens hier). Hij leerde van zijn mama dat God een plan heeft met je en dat het goed komt. Vol overtuiging zegt hij: “Ik wéét dat God bestaat.” Een sterk getuigenis en hoe kan ik dan anders afsluiten dan niet alleen te zeggen dat ik voor hem/hen zal bidden, maar hem ook een kruisje te geven voor het slapen gaan. Dat God hem/hen mag zegenen en bewaren.